Spreekbeurt

Het ontstaan van de luchtballon
Ruim tweehonderd jaar geleden woonden in Frankrijk twee broers: Jaques en Joseph Montgolfier.
Toen de vrouw van Joseph op een avond voor de open haard stond, bolde haar jurk op van de warme lucht die er onder kwam door het vuur.
Zo ontdekten de broers dat warme lucht lichter is dan koude lucht en dus opstijgt.
Met dit idee gingen ze aan de slag en ze maakten van papier een soort ballon, waaronder ze een mandje maakten van ijzerdraad.
In dit mandje deden ze stro en wol en dat staken ze aan en wat gebeurde er: de ballon ging omhoog door de warme lucht.
De broers werkten dapper door en maakten voorbereidingen voor een tweede vaart.
Dit zou de eerste 'bemande' ballonvaart worden, alleen koos men als passagiers dieren uit.
Voor mensen vond men het avontuur toch wat te gevaarlijk
Een haan, een eend en een schaap kozen het luchtruim en na enige tijd kwamen de dieren weer heelhuids beneden.
Dit verhaal ging al snel door het hele land en de koning van Frankrijk, Lodewijk de 16e hoorde er ook van.
Hij liet de broers naar Parijs komen voor een demonstratie.
Op 21 november 1783 stegen twee edelen met de ballon op, zij voeren over Parijs en landden na een klein halfuur veilig weer op de grond.
De heteluchtballon
De ballonnen die je meestal ziet zijn heteluchtballonnen.
Ze werken op het zelfde principe als vroeger: gevuld met warme lucht zijn ze lichter dan de omgeving en daardoor gaan ze drijven in de lucht, net als een boot in het water.
De lucht in de ballon wordt met grote branders verwarmd tot wel 100 graden!
Een ballon is ongeveer 30 meter hoog en 25 meter breed.
De ballon zelf wordt 'envelop' genoemd en is gemaakt van nylon.
Het onderste deel is voor de veiligheid van een onbrandbare stof gemaakt, dit heet Nomex.
De mand onder de ballon is gemaakt van riet en rotan en hij hangt met stalen kabels aan de ballon.
In de mand staan grote gasflessen, daarin zit het gas (propaan) voor de branders.
Verder zijn er in de mand nog instrumenten die de ballonvaarder nodig heeft.
In de eerste plaats natuurlijk een hoogtemeter, die geeft aan op welke hoogte de ballon is.
Er is ook een variometer, daarop kun je zien hoe hard je stijgt of daalt.
Verder is er een meter waarop de ballonvaarder kan zien hoe warm het is in de top van de ballon.
De piloot (zo wordt een ballonvaarder ook wel genoemd) heeft daarnaast nog een radio waarmee hij met zijn volgers kan praten en een GPS, waarop hij kan zien waar hij is (in de lucht zijn natuurlijk geen richtingsborden!).
 
De ballonvaart
Een ballon kan varen als het mooi en rustig weer is.
Dat is vaak tegen de avond of 's morgens heel vroeg, overdag is het te onstabiel in de lucht.
Er wordt meestal gestart op een weiland of grasveld.
Eerst wordt de mand opgebouwd met de brander, gasflessen en apparatuur.
De piloot wordt hierbij geholpen door de 'crew'.
De mand wordt plat op zijn kant gelegd en dan wordt de ballon uitgespreid en aan de mand vastgemaakt.
De crew houdt de opening aan de onderkant open en dan wordt met een grote ventilator koude lucht in de ballon geblazen, waardoor hij bol komt te staan.
Daarna gaat de piloot de ballon met de branders vullen met warme lucht.
De ballon komt nu overeind te staan.
In het begin wordt dit zo lang mogelijk tegen gehouden door een paar mensen die aan het eind van de ballon aan een lang touw trekken.
Hoe langer zij de ballon tegen kunnen houden, hoe makkelijker het voor de piloot is om de ballon te vullen met warme lucht.
Als de ballon eenmaal overeind staat, moet hij goed worden vastgehouden omdat hij anders al de lucht in gaat.
Als de piloot heeft gecontroleerd of alles goed is, kunnen de passagiers in de mand klimmen.
Als de ballon wil opstijgen, moet de piloot de lucht eerst goed verwarmen.
Is hij warm genoeg, dan laat de crew de mand los en stijgt de ballon op.
Onderweg moet de piloot steeds de branden om de lucht warm te houden, anders zou de ballon gaan dalen.
Zo begrijp je ook al hoe een ballon hoger of lager kan gaan varen.
De ballon gaat met de wind mee, je kunt hem dus niet sturen.
Als de piloot wil gaan landen, dan laat hij de ballon voorzichtig iets afkoelen, waardoor hij daalt.
Is de ballon eenmaal vlak boven de grond, dan trekt de piloot aan een touw (riplijn genoemd),
waardoor boven in de ballon een opening ontstaat. Deze opening heet de 'parachute'.
Hierdoor kan de warme lucht ontsnappen en blijft de ballon beneden.
Als het rustig weer is blijft de ballon overeind staan, maar als het wat harder waait kan de ballon tijdens de landing omvallen, maar dit is niet erg.
Als de eigenaar van het weiland toestemming heeft gegeven, wordt de ballon weer ingepakt en drinken de piloot crew en passagiers een glaasje champagne om de vaart te vieren.
 
Andere soorten ballonnen
Naast de heteluchtballon is er ook nog de gasballon.
In deze ballon zit in plaats van warme lucht een gas, meestal is dit waterstofgas of soms ook wel helium.
Dit gas is van zichzelf al zo licht, dat de ballon zou opstijgen als hij niet verzwaard zou worden met zandzakken.
Door nu gewicht (zandzakjes) uit de mand te doen kan de ballon opstijgen.
Als de ballon tijdens de vaart zou gaan dalen heeft de piloot geen brander zoals bij de heteluchtballon.
Hij moet de ballon lichter maken om in de lucht te kunnen blijven en dat doet hij door het uitwerpen van ballast, in de vorm van schepjes zand.
Omdat dit zand tijdens het vallen uit elkaar waait, merken de mensen op de grond daar niets van. Ze krijgen dus niet ineens een zandzak op hun hoofd!
In Nederland zijn bijna geen gasballonnen.
Als de wind uit het oosten waait zie je wel eens gasballonnen in de lucht uit Duitsland.
Je kunt een gasballon herkennen omdat hij kogelrond is en het mandje erg ver onder de ballon hangt.
Tot slot bestaan er ook nog combinatieballonnen.
Dit is eigenlijk een gasballon die bedoeld is om heel lang in de lucht te kunnen blijven.
Als het nacht wordt, koelt het gas af, waardoor de ballon zou gaan zakken.
Dit wordt voorkomen door met een brander de lucht onder het gas warm te maken, waardoor het gas zelf ook weer warm wordt en de ballon niet daalt.
Dit zijn de ballonnen die worden gebruikt om bijvoorbeeld rond de wereld te varen.
 
Hoe wordt je ballonvaarder?
Er bestaat geen 'ballonvaartschool' .
Als je ballonvaarder wilt worden moet je eerst veel theorie leren.
Je moet veel weten over het weer, over de regels in de lucht, over navigatie en natuurlijk alles over ballonnen, materialen en gassen.
Als je de theorie-examens hebt gehaald kun je praktijklessen gaan nemen bij een instructeur.
Na ongeveer 30 tot 40 lessen kun je examen doen bij de Rijksluchtvaartdienst.
Je moet dan eerst nog wel medisch worden goedgekeurd.
Als je alles met goed resultaat gedaan hebt, krijg je een brevet, dit is een soort rijbewijs voor een luchtballon.
Er zijn in Nederland ongeveer 175 ballonvaarders.
   Lijkt het je leuk om je spreekbeurt te houden over de luchtballon? Hieronder vind je alle informatie die je nodig hebt.

Het ontstaan van de luchtballon.

Ruim tweehonderd jaar geleden woonden in Frankrijk twee broers: Jaques en Joseph Montgolfier. Toen de vrouw van Joseph op een avond voor de open haard stond, bolde haar jurk op van de warme lucht die er onder kwam door het vuur. Zo ontdekten de broers dat warme lucht lichter is dan koude lucht en dus opstijgt. Met dit idee gingen ze aan de slag en ze maakten van papier een soort ballon, waaronder ze een mandje maakten van ijzerdraad. In dit mandje deden ze stro en wol en dat staken ze aan en wat gebeurde er: de ballon ging omhoog door de warme lucht. De broers werkten dapper door en maakten voorbereidingen voor een tweede vaart. Dit zou de eerste 'bemande' ballonvaart worden, alleen koos men als passagiers dieren uit.

Voor mensen vond men het avontuur toch wat te gevaarlijk. Een haan, een eend en een schaap kozen het luchtruim en na enige tijd kwamen de dieren weer heelhuids beneden. Dit verhaal ging al snel door het hele land en de koning van Frankrijk, Lodewijk de 16e hoorde er ook van. Hij liet de broers naar Parijs komen voor een demonstratie. Op 21 november 1783 stegen twee edelen met de ballon op, zij voeren over Parijs en landden na een klein halfuur veilig weer op de grond.

De heteluchtballon

De ballonnen die je meestal ziet zijn heteluchtballonnen. Ze werken op het zelfde principe als vroeger: gevuld met warme lucht zijn ze lichter dan de omgeving en daardoor gaan ze drijven in de lucht, net als een boot in het water. De lucht in de ballon wordt met grote branders verwarmd tot wel 100 graden! Een ballon is ongeveer 30 meter hoog en 25 meter breed. De ballon zelf wordt 'envelop' genoemd en is gemaakt van nylon. Het onderste deel is voor de veiligheid van een onbrandbare stof gemaakt, dit heet Nomex. 

De mand onder de ballon is gemaakt van riet en rotan en hij hangt met stalen kabels aan de ballon. In de mand staan grote gasflessen, daarin zit het gas (propaan) voor de branders. Verder zijn er in de mand nog instrumenten die de ballonvaarder nodig heeft. In de eerste plaats natuurlijk een hoogtemeter, die geeft aan op welke hoogte de ballon is. Er is ook een variometer, daarop kun je zien hoe hard je stijgt of daalt. Verder is er een meter waarop de ballonvaarder kan zien hoe warm het is in de top van de ballon. De piloot (zo wordt een ballonvaarder ook wel genoemd) heeft daarnaast nog een radio waarmee hij met zijn volgers kan praten en een GPS, waarop hij kan zien waar hij is (in de lucht zijn natuurlijk geen richtingsborden!).

De ballonvaart

Een ballon kan varen als het mooi en rustig weer is. Dat is vaak tegen de avond of 's morgens heel vroeg, overdag is het te onstabiel in de lucht. Er wordt meestal gestart op een weiland of grasveld. Eerst wordt de mand opgebouwd met de brander, gasflessen en apparatuur. De piloot wordt hierbij geholpen door de 'crew'. De mand wordt plat op zijn kant gelegd en dan wordt de ballon uitgespreid en aan de mand vastgemaakt. De crew houdt de opening aan de onderkant open en dan wordt met een grote ventilator koude lucht in de ballon geblazen, waardoor hij bol komt te staan. Daarna gaat de piloot de ballon met de branders vullen met warme lucht. De ballon komt nu overeind te staan. In het begin wordt dit zo lang mogelijk tegen gehouden door een paar mensen die aan het eind van de ballon aan een lang touw trekken. Hoe langer zij de ballon tegen kunnen houden, hoe makkelijker het voor de piloot is om de ballon te vullen met warme lucht. Als de ballon eenmaal overeind staat, moet hij goed worden vastgehouden omdat hij anders al de lucht in gaat. Als de piloot heeft gecontroleerd of alles goed is, kunnen de passagiers in de mand klimmen. Als de ballon wil opstijgen, moet de piloot de lucht eerst goed verwarmen. Is hij warm genoeg, dan laat de crew de mand los en stijgt de ballon op. Onderweg moet de piloot steeds de branden om de lucht warm te houden, anders zou de ballon gaan dalen. Zo begrijp je ook al hoe een ballon hoger of lager kan gaan varen. De ballon gaat met de wind mee, je kunt hem dus niet sturen.

Als de piloot wil gaan landen, dan laat hij de ballon voorzichtig iets afkoelen, waardoor hij daalt. Is de ballon eenmaal vlak boven de grond, dan trekt de piloot aan een touw (riplijn genoemd), waardoor boven in de ballon een opening ontstaat. Deze opening heet de 'parachute'. Hierdoor kan de warme lucht ontsnappen en blijft de ballon beneden. Als het rustig weer is blijft de ballon overeind staan, maar als het wat harder waait kan de ballon tijdens de landing omvallen, maar dit is niet erg. Als de eigenaar van het weiland toestemming heeft gegeven, wordt de ballon weer ingepakt en drinken de piloot crew en passagiers een glaasje champagne om de vaart te vieren.

Andere soorten ballonnen

Naast de heteluchtballon is er ook nog de gasballon. In deze ballon zit in plaats van warme lucht een gas, meestal is dit waterstofgas of soms ook wel helium. Dit gas is van zichzelf al zo licht, dat de ballon zou opstijgen als hij niet verzwaard zou worden met zandzakken. Door nu gewicht (zandzakjes) uit de mand te doen kan de ballon opstijgen. Als de ballon tijdens de vaart zou gaan dalen heeft de piloot geen brander zoals bij de heteluchtballon. Hij moet de ballon lichter maken om in de lucht te kunnen blijven en dat doet hij door het uitwerpen van ballast, in de vorm van schepjes zand. Omdat dit zand tijdens het vallen uit elkaar waait, merken de mensen op de grond daar niets van. Ze krijgen dus niet ineens een zandzak op hun hoofd! In Nederland zijn bijna geen gasballonnen. Als de wind uit het oosten waait zie je wel eens gasballonnen in de lucht uit Duitsland. Je kunt een gasballon herkennen omdat hij kogelrond is en het mandje erg ver onder de ballon hangt. 

Tot slot bestaan er ook nog combinatieballonnen. Dit is eigenlijk een gasballon die bedoeld is om heel lang in de lucht te kunnen blijven. Als het nacht wordt, koelt het gas af, waardoor de ballon zou gaan zakken. Dit wordt voorkomen door met een brander de lucht onder het gas warm te maken, waardoor het gas zelf ook weer warm wordt en de ballon niet daalt. Dit zijn de ballonnen die worden gebruikt om bijvoorbeeld rond de wereld te varen.

Hoe word je ballonvaarder?

Er bestaat geen 'ballonvaartschool'. Als je ballonvaarder wilt worden moet je eerst veel theorie leren. Je moet veel weten over het weer, over de regels in de lucht, over navigatie en natuurlijk alles over ballonnen, materialen en gassen. Als je de theorie-examens hebt gehaald kun je praktijklessen gaan nemen bij een instructeur. Na ongeveer 30 tot 40 lessen kun je examen doen bij de Rijksluchtvaartdienst. Je moet dan eerst nog wel medisch worden goedgekeurd. Als je alles met goed resultaat gedaan hebt, krijg je een brevet, dit is een soort rijbewijs voor een luchtballon. Er zijn in Nederland ongeveer 175 ballonvaarders.